yourlogo



Het Sacramentskoor Breda

Het Sacramentskoor is opgericht in 1926, en zong in hetzelfde jaar bij de wijding van de Sacramentskerk. Al heel vroeg in zijn geschiedenis verwierf het koor in Nederland, en later ook daarbuiten, grote bekendheid. Het Sacramentskoor zong en zingt met jongens- en mannenstemmen; destijds gewoon en nu uniek.



Het koor stimuleerde daarmee de muzikale opvoeding van hele generaties jongeren. Uit het koor kwamen voort, zangers, dirigenten, componisten, docenten die allemaal zonder uitzondering hun tijd op het koor als een van de vormendste en waardevolste in hun leven beschouwen. De mannen die in die jaren de leiding hadden waren:

Dirigenten van het Sacramentskoor Breda

Andre Vermeeren - 1926 - 1940

De eerste dirigent/organist was Andre Vermeeren. Hij, samen met de heer Mulder, zong met zijn koor reeds bij de inwijding van de Sacramentskerk. Al vroeg kreeg het koor onder zijn leiding een zeer hoog niveau. De heren van het koor kwamen, zoals nu nog steeds, voornamelijk vanuit het jongenskoor. Kapelaan van Hoek zorgde voor de nieuwe aanwas van jongens en deed ook de repetities. Er werd veel gezongen in die dagen. Zanger Wim Cornelissen kreeg destijds een prijs voor 565 keer zingen... per jaar! Dat was dus bijna twee keer per dag: 's morgens de Heilige Mis en 's avonds het Lof. Daarbij moest er ook nog gerepeteerd worden. De koorleden kwamen voornamelijk uit de directe omgeving. Velen bezochten ook de jongensschool achter de kerk.
Andre Vermeeren stierf jong en onverwacht in 1940 en liet een florerend koor in shock achter.

Louis Toebosch - 1940 - 1965

Vermeeren werd opgevolgd door organist/componist Louis Toebosch (1916). Een anekdote vertelt dat Louis Toebosch, de koortrap beklimmend met kapelaan van Hoek, hoopte dat de kerk geen Hammondorgel had, om even later met het betreffende orgel geconfronteerd te worden. Toebosch besloot dat orgel te laten voor wat het was en zich met het koor te storten op de polyphonie. Dat was in het begin nogal een opgave voor het koor dat inmiddels gewend was geraakt aan de romantische muziek onder Vermeeren. Snel was het koor gewend aan de nieuwe dirigent en aan de bijzondere voldoening die het zingen van de polyphonie onder Toebosch gaf. De jonge dirigent bleek een uitmuntend musicus die zijn sporen nog op vele terreinen zou verdienen.
Hij zorgde er voor dat de Sacramentskerk een eigen Flentroporgel kreeg. Daarvoor moest wel eerst de kerk worden aangepast. Koorlid en architect Jan Savenije ontwierp wat nu 'het voorkoor' heet en waar orgel en speeltafel plus het hele koor een plek kregen. Met een symbolische handeling werd in 1950 het orgel geschonken aan de kerk, maar het zou nog vijf jaar duren eer het dure instrument daadwerkelijk gekocht kon worden. Toebosch drong aan dat de orgelbouwer (de protestante) Flentrop werd. Dat was echter geen gelopen koers. Met Katholieke vindingrijkheid werd een oplossing bedacht. Zijn wens zou gehonoreerd worden maar dan moest de orgelkast wel door de (Katholieke) firma Vermeulen worden gebouwd... en zo geschiedde.
Toebosch wilde muzikaal terug naar de oorsprong van de kerkmuziek; de polyfone muziek in de Latijnse taal van o.a. des Prez, Palestrina en Vittoria, die overigens tot op de dag van vandaag tot het standaard repertoire van het Sacramentskoor behoren. Dat hij daarbij een deel van het kerkvolk verloor nam hij voor lief. Vernieuwingen in de kerk na het Tweede Vaticaanse Concilie (1962) lieten echter ook de kerkmuziek niet ongemoeid. Er moest in de Nederlandse taal worden gezongen en dat niet alleen: het kerkvolk moest meezingen. 'Liedjes' noemde Toebosch dat en zijn principiele karakter liet niet toe zich hiervoor nog veel langer ten dienste te stellen. In 1965 vertrok hij en liet een verdeeld koor achter. Toebosch overleed in mei 2009 op 93 jarige leeftijd.

Walther Cantrijn - 1965 - 1996

De juiste man op het juiste moment. Zo kan Walther Cantrijn (1924) worden getypeerd. De faam van het Sacramentskoor en Toebosch waren hem bekend en hij had menig uur in grote bewondering het koor beluisterd. Vanaf 1946 was Cantrijn dirigent geweest van de kerk aan de Ginnekenstraat, Maria Hemelvaart, en was daar, bij aanvang in het geheim, al een jongenskoor begonnen. Zijn wens om 'ooit dirigent te worden van het Sacramentskoor' ging voor hem dus in 1965 vervulling. Een aantal van zijn eigen koorzangers namen ook de overstap naar de Zandberglaan.
Cantrijn was een mensenbinder. Hij kon niet alleen het Sacramentskoor nieuw leven inblazen - het koor was in de nadagen van Toebosch stil blijven staan in (jongens)ledenaantal - hij kon ook uitzonderlijk goed overweg met het liturgische klimaat na Vaticanum II. Hij zou zich tot ver na zijn pensioen in Nederland met autoriteit blijven inzetten voor de muziek in de liturgie.
Voor het binden van de jongens introduceerde hij o.a. het jaarlijkse koorkamp. Hij liet vervolgens ook oudere jongens doorstromen via de zogenaamde 'baardclub' naar het herenkoor. Verder had hij een groot netwerk in Nederland en wist diverse componisten te verleiden voor het koor nieuwe werken te componeren, al dan niet in het Nederlands. Composities van o.a. Hendrik Andrienssen, Herman Strategier, Edward Stam zagen in de Sacramentskerk het levenslicht. Ook wist Cantrijn de nieuwe media als radio en TV aan te wenden om de faam van het koor te vergroten en het lid zijn van het koor voor de jongens interessant en uitdagend te maken. Inmiddels was het aantal vieringen waar het koor medewerking aan moest verlenen beperkt tot de missen in het weekeinde. Dat gaf minder druk op de jongens die, de tijdgeest indachtig, ook steeds meer te doen kregen in hun vrije tijd. Om voor de goede en fanatieke zangers toch nog voldoende uitdaging te verschaffen startte de dirigent de Cantorij van het Sacramentskoor, een kleine groep zangers die werkten aan extra concertuitvoeringen.
Cantrijn haalde veel inspiratie uit de Engelse koortraditie en bracht menig vakantie in Oxford en Cambridge door, terugkerend met stapels nieuwe muziek. Hij haalde ook de Engelse dirigent George Guest met zijn wereldberoemde St Johns College Cambridge naar Breda, een traditie die tot op de dag van vandaag voortduurt.
Buitenlandse reizen voor het koor zelf werden ook meer en meer mogelijk en het koor reisde daarom naar o.a. Trier, Rome, Parijs, Keulen en Praag. Ondanks de ontkerkelijking wist Cantrijn het jongenskoor door de tijd heen te loodsen en in 1995 met een gerust hart over te dragen aan zijn opvolger.
Zijn voornaamste zorg bestond in die tijd met name uit de onzekerheid die de Sacramentskerk zelf betrof. Er werden geluiden gehoord dat dit grote gebouw, een financiele last voor de parochie, wellicht op (korte) termijn zou moeten worden afgestoten, gesloopt. Voor het koor zou dat een ramp zijn. Het koor was immers gewend aan een goede akoestiek en een goed orgel, de kwaliteit van een koort hangt hier van af. Bovendien welke andere kerk kon en wilde zo'n actieve gemeenschap overnemen?
In 1992 zou door een aantal vooruitziende bestuursleden onder leiding van Adriaan Weterings worden aangestuurd op het onderbrengen van het koor in een Stichting, de Stichting Muziekinstituut Breda, daarmee een bepaalde onafhankelijkheid genererend die overleven voor het koor makkelijker zou maken. Dit bleek de komende jaren zeer voorzienig. Cantrijn had er vrede mee en kon van afstand genieten van wat hij had opgebouwd. Hij stierf na een kort ziekbed in november 2008 op 84-jarige leeftijd.

Henri de Graauw - 1995 - heden

Opgegroeid in het koor bij de alten en de bassen, later bestuurslid in de functie van deken van het koor, bereidde Henri de Graauw (1959) samen met vriend en collega Coen Vermeeren in 1990 een concert voor ter gelegenheid van Cantrijns 25ste dirigentenjubileum. In het geheim wel te verstaan want de alhorende dirigent mocht er niets van weten. Met de mannen en jongens van de inmiddels befaamde Cantorij werd een klein concert voorbereid, uit te voeren in toog en superplie - voor deze gelegenheid gemaakt door de dames Weterings. Na een succesvol concert voor zijn familie en vrienden werd het Walther Cantrijn duidelijk dat dit een uitgelezen kans was om de beide jonge mannen de gelegenheid te geven om hun bekwaamheden in de koormuziek te vergroten. De Cantorij van het Sacramentskoor werd omgedoopt in Choralen van de Grote of O.L.V. Kerk Breda en er werd, onder een tweehoofdige leiding, wekelijks gerepeteerd voor extra uitvoeringen.
Op deze manier voelde Cantrijn zich in de aanloop van 1995 voldoende zeker om 'zijn' Sacramentskoor over te geven aan Henri de Graauw. Henri was al enkele keren met Cantrijn in Engeland geweest en voelde zich ook erg verbonden met de traditionele koormuziek op Engelse leest geschoeid. Henri trof een goed koor aan en de overgang was natuurlijk. Hij behield in grote mate het koorrepertoire zoals Cantrijn dat had verzameld over de jaren en breidde dat uit met een groot aandeel Engels repertoire.
De situatie in kerkelijk opzicht leidde in de aanloop van het nieuwe millenium tot grote onzekerheid voor de continuiteit van eredienst in de Sacramentskerk. Door ingrijpen van het Stichtingsbestuur in samenwerking met het kerkbestuur van de Sacramentskerk werd besloten tot verkoop van de Sacramentskerk aan de Stichting Gebouwenbeheer Muziekinstituut Breda. In concrete zin betekende dit dat de, inmiddels met vijf andere kerken in de regio gefuseerde, parochie wel de lusten had maar niet langer de lasten van een groot kerkgebouw.
Afspraken werden gemaakt tussen parochie en koor (of eigenlijk koren, omdat in de Stichting inmiddels ook andere koren waren ondergebracht) voor het liturgisch verzorgen van een x-aantal diensten per jaar. In de ruimte daaromheen kon het Sacramentskoor naar hartelust andere vieringen en concerten programmeren.
Henri de Graauw voelde het veranderde liturgische klimaat goed aan. Hij combineerde de wens van zangers, om veel en gevarieerd te zingen, met kerkvolk, dat inmiddels heel graag anderssoortige vieringen was gaan waarderen. Zo ontstond een scala aan vieringen vanuit de getijden, zoals Lauden, Vespers en Completen - met de Engelse combinatievorm de Evensong - als aanbod naast de traditionele Zondagse Mis, die inmiddels als enige Eucharistieviering is overgebleven.

Henri dirigeert naast het Sacramentskoor ook de Choralen van de Grote of O.L.V. Kerk, alleen, nadat Vermeeren in 2001 afscheid nam om zich volledig te richten op zijn eigen ensemble i buoni antichi. Onder Henri de Graauw is gestart met het opleiden van jongens in de leeftijd vanaf 5 jaar (waar dat eerder pas vanaf 7 jaar gebeurde). Ook leidt hij jonge zangers op voor het dirigentschap. Met zijn onlangs gevierde 50ste verjaardag kon geconstateerd worden dat het jongenskoor al die jaren niet alleen overleefd heeft maar nog steeds enorm bloeit. Gereisd wordt er nog steeds. Zo zong het koor in 2008 in Rome en dit jaar in Dijon en staat 2010, net als in 2006, London op het programma voor de Choralen in de St Pauls Cathedral, Westminster Abbey en in Cambridge de kapel van King's College!

Regelmatig werkt het Sacramentskoor mee aan de televisievieringen vanuit de Nicolaasbasiliek in IJsselstein.

Ga naar de website van het Sacramentskoor.

 

 


Nieuws

Met de Choralen naar Engeland
Lees meer...
 

Verhuur

De Sacramentskerk is uw locatie voor bruiloften, bedrijfsfeesten, begrafenissen, presentaties en andere activiteiten.
Lees meer...