Orgels

Hoofdwerk (C-g''')
Borstwerk
Rugwerk
Pedaal (C-f')
Prestant 8'
Gemshoorn 8'
Roerfluit 8'
Octaaf 4'
Fluit 4'
Octaaf 2'
Terts 1 3/5'
Ruispijp 2 st
Mixtuur 4-5 st
Trompet 8'
Kromhoorn 16'
Holpijp 8'
Prestant 4v
Quintadeen 4'
Gemshoorn 2'
Quint 1 1/3'
Cymbel 2-3'
Schalmei 8'
Tremulant
Gedekt 8'
Prestant 4'
Roerfluit 4'
Octaaf 2'
Sesquialter 2 st
Scherp 3-4 st
Dulciaan 8'
Tremulant
Bourdon 16'
Prestant 8'
Gedekt 8'
Woudfluit 4'
Mixtuur 6 st
Fagot 16'
Trompet 8'
Trompet 4' en charmade
Cornet 2' en charmade

Koppelingen:
Hoofdwerk - Rugwerk,
Hoofdwerk - Borstwerk,
Pedaal - Rugwerk,
Pedaal - Hoofdwerk,
Pedaal - Borstwerk.

Aanvankelijk werd in het hoofdwerk in plaats van de Octaaf 2' een Vlakfluit 2' gedisponeerd en in plaats van de Terts 1 3/5' een Quint 2 2/3'.
Trompet 4' en Cornet 2' van het pedaal zijn 'en chamade' gebouwd.
De tremulanten zijn in 1981 toegevoegd.

Het instrument is in 2002 gerestaureerd door Tuur Remijn

Flentrop Orgel IIIP (1958)

De geschiedenis van de orgelbouw in de eerste helft van de 20e eeuw kenmerkt zich in de katholieke kerken hoofdzakelijk als een tijd van verval. De orgels waren in het algemeen zeer grondtonig (veel 8' stemmen) en hadden weinig kleuring in de vorm van allerlei vulstemmen. Tongwerken waren vaak ongenuanceerd en leken vooral niet gemaakt om te kleuren, maar eerder om kracht bij te zetten. Daarbij was het pijpmateriaal vaak van dubieuze kwaliteit, zodat ook daar weinig fraaie klank van te verwachten viel.De kentering kwam na de oorlog, maar allereerst zeker niet in de katholieke kerk. De firma Flentrop, orgelmaker in Zaandam, heeft een enorme bijdrage geleverd aan de bouw van orgels op historische principes. Toen in de jaren vijftig in de Sacramentskerk een nieuw orgel moest worden gebouwd, is als door een Godswonder de aandacht op Flentrop gevallen. Want officieel was zulks zelfs verboden: de katholieke kerken hadden hun “eigen” orgelbouwers. Dat de definitieve keuze voor een “Flentrop”-orgel zijn beslag kon vinden, was niet alleen een tweede Godswonder, maar ook het resultaat van een slimme manoeuvre. Er werd aan een katholiek orgelbouwer, Gebr. Vermeulen in Weert, de opdracht gegeven om de kast, het uitwendige gedeelte te maken, terwijl Flentrop belast werd met de vervaardiging van het wezenlijk deel van het orgel, het klinkend gedeelte. Dat leverde dus het eerste oecumenische orgel op. Het orgel werd in 1958 in gebruik genomen door de toenmalige organist van de Sacramentskerk, Louis Toebosch. Als organist en dirigent van het gerenommeerde Sacramentskoor had hij sinds zijn aanstelling in 1940 gepleit voor de bouw van een orgel dat recht deed aan de kwaliteiten van koor en organist. De kerk beschikte destijds alleen over een hammond-orgel en een harmonium. Het gevolg was dat het orgel in de Sacramentskerk een 'historisch' instrument is geworden, omdat daarmee voor het eerst in katholieke kerken de nieuwe inzichten met betrekking tot de orgelbouw klinkend werden gemaakt.In die dagen was de ene katholiek vol van verbazing om zoveel klankrijkdom, terwijl de andere zich ergerde aan de boventoonrijkheid. Waar de een vond dat het orgel vanwege zijn mechanische tractuur te zwaar speelde, begreep de ander dat deze speeltechniek het orgel tot een levend instrument maakt. En zij die voorspelden dat het zoveel bewegende delen tot grote reparaties zouden leiden, kunnen we nu vaststellen dat het orgel oerdegelijk is gebouwd, volgens een traditie die de eeuwen doorstond: een mechanische tractuur en dito sleepladen.
Aldus is het orgel gebouwd op een breekpunt van opvattingen met het begrip voor de historie en een vooruitziende blik.

Daarnà is overigens in de katholieke orgelbouw de ommezwaai ook gekomen, maar het orgel in de Sacramentskerk stond daar al als stralend voorbeeld. Het heeft nog wel tot 1980 geduurd voordat er op het orgel een plaatje kwam, waarop vermeld staat dat het instrument door Flentrop was gebouwd!

Flentrop Koororgel I

Het in gift ontvangen kleine Flentrop-orgel is gerestaureerd in Goes en vanaf maart 2011 beschikbaar als koor-orgel in de kapel van de Sacramentskerk.
Ondertoetsen ebbenhout, boventoetsen palmhout, pedaaltoetsen eikenhout.

Manuaal C-f'''
Gedekt 8' B/D
Gedekt Fluit 4' B/D
Praestant 2' B/D
Van Nes Kistorgel I (2011)

Voor de Sacramentskerk in Breda maakte Loek van Nes een nieuw kistorgel dat in november 2011 voltooid werd.
De orgelkas is net zoals de koorbanken vervaardigd van ahorn.
De voorkant en de zijkanten van het instrument zijn voorzien van eenvoudig rasterwerk.
Op het rasterwerk van de voorkant is - als decoratie – het vignet van de Stichting Sacramentskerk aangebracht.

Het orgel is evenredig zwevend gestemd en is voorzien van een transponeerinrichting waardoor het mogelijk is om op vier verschillende toonhoogten te spelen: a’ 390 Hz, 415 Hz, 440 Hz en 465 Hz.
Bij alle vier de stemmingen is het mogelijk de discantregisters naar keuze te laten beginnen op c’ of cis’.
De windvoorziening is ondergebracht in de orgelbank.
Winddruk: 58 mm.

Manuaal C-d'''
Gedekt 8’
Quint 5 1/3 (C – B)
Prestant 4’
Roerfluit 4’
Woudfluit 2’
Nasard 2 2/3’ disc.
Terts 1 3/5’ disc.
Cimbel I
Inschrijving